Effectonderzoek van de cursus op psychische klachten bij volwassenen

Door de Universiteit Twente is in samenwerking met zeven GGZ-instellingen een onderzoek uitgevoerd naar de effecten van de cursus op psychische klachten bij volwassenen. De opzet en resultaten van het onderzoek worden kort beschreven.

Procedure

De participanten zijn via zeven GGZ-instellingen geworven door persberichten, het verspreiden van folders en posters en door het informeren en betrekken van eerstelijns psychologen. Elke GGZ-instelling heeft ervoor gezorgd dat zij tussen de 10-20 participanten hadden. Met de mensen die zich hadden aangemeld, zijn kennismakingsgesprekken gevoerd door de psychologen van de instellingen, waarbij vastgesteld werd of hij/zij toegelaten werd tot de cursus. De deelnemers van het onderzoek zijn gevraagd om informed consent door middel van een formulier. De doelgroep bestaat uit volwassenen van 18 jaar en ouder die last hebben van lichte psychische klachten, zoals angstklachten, depressieve klachten of vermoeidheid. De exclusiecriteria zijn als volgt: (1) ernstige psychopathologie waar snel hulp voor nodig is; (2) recent begonnen met medicatie (3 maanden geleden); (3) geen sprake van klachten of problemen; (4) in behandeling bij GGZ-instelling of een andere behandeling volgen; (4) niet voldoende tijd om de cursus goed te volgen; of (5) niet alle cursusdagen kunnen volgen. Voor de inclusie zijn de deelnemers geinformeerd over de studie en zijn zij gevraagd om informed consent door middel van een formulier. Er hadden 143 mensen zich aangemeld voor de cursus. Hiervan mochten 50 mensen niet deelnemen aan de cursus omdat zij niet voldeden aan de inclusiecriteria. In totaal zijn 93 participanten gerandomiseerd waarvan 4 respondenten de vragenlijst niet hadden ingevuld en niet aan het onderzoek deelnemen. Er is een blokrandomisatie uitgevoerd en gestratificeerd naar leeftijd en geslacht. Door deze randomisatie zijn 49 mensen toegewezen tot de cursus en 44 mensen zijn toegewezen tot de wachtlijst. De participanten zijn hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht.

Er zijn drie meetmomenten. Ten eerste een T0 baseline meting, waarbij de participanten 2 weken voor het starten van de cursus een vragenlijst kregen toegestuurd. Ten tweede de T1 meting (2 maanden na de baselinemeting) waarbij de participanten direct na afloop van de cursus dezelfde vragenlijst kregen. Ten derde een folluw up meting (5 maanden na de baselinemeting) waarbij de vragenlijst nogmaals werd afgenomen.

Primaire uitkomst van het onderzoek was de mate van depressieve klachten gemeten met de CES-D. Andere uitkomsten betroffen angstklachten (HADS-A), vermoeidheid (CIS), geestelijk welbevinden (MHC-SF) en experiëntiële vermijding (AAQ-2). Experiëntiële vermijding is het onbreken van bereidheid om bepaalde vooral negatieve emoties en gedachten te accepteren en ermee in contact te blijven. Binnen ACT en mindfulness wordt experiëntiële vermijding als een belangrijke oorzaak van psychische problematiek gezien. Dit zijn alle betrouwbare en gevalideerde vragenlijsten. Beide groepen bleken niet significant te verschillen op T0 met betrekking tot demografische variabelen en klachten.

Deelnemers

De meeste participanten zijn vrouwen (81.7%) en de gemiddelde leeftijd is 49 jaar (SD = 10.69). Het merendeel is gehuwd (46.2%), samenwonend (85%), niet gelovig (40.2%) en Nederlands (91.4%). De meeste participanten hebben een betaalde baan (52.7%) en hebben hoger beroepsonderwijs afgerond (29.3%), gevolgd door middelbaar beroeps onderwijs (21.7%). De meeste deelnemers kunnen een beetje geld overhouden (42.4%) gevolgd door precies rondkomen (29.3%). Er zijn geen significante verschillen gevonden voor geslacht, leeftijd, burgerlijke staat, samenwonen, opleiding, levensbeschouwing, culturele achtergrond, dagelijkse activiteiten en financiële situatie tussen de ACT groep en de wachtlijstgroep.

Resultaten

Op alle uitkomsten werd een substantiële afname van klachten gevonden. Na afloop van de cursus hadden deelnemers significant minder depressieve, angst- en vermoeidheidsklachten dan de mensen op de wachtlijst. Het geestelijk welbevinden was significant toegenomen en de experiëntiële vermijden afgenomen. Het gaat in alle gevallen om middelgrote effecten. Ook drie maanden na afloop van de cursus bleven de effecten gehandhaafd. Het verschil op angstklachten was niet meer significant in vergelijking met de wachtlijstgroep. Dit lijkt vooral te wijten aan de spontane verbetering van de mensen op de wachtlijst.

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat de deelnemers na afloop van de cursus en drie maanden substantieel (in klinisch opzicht kan van een middelgroot effect worden gesproken) minder psychische klachten ervaren en substantieel meer psychologisch welbevinden. Direct na afloop van de cursus verschillen de cursisten ook significant ten opzichte van de mensen op de wachtlijst. Drie maanden later blijken de verschillen niet meer significant voor angstklachten. Belangrijk is dat dit niet te maken heeft met terugval bij de cursisten. De gezondheidswinst die is geboekt blijft behouden. Bij de mensen die op de wachtlijst staan treedt enige verbetering op. Dit is een bekend fenomeen. De mensen op de wachtlijst vullen de laatste vragenlijst in, vlak voordat ze starten met de cursus. Dit geeft een positieve verwachting en leidt in het algemeen tot enig herstel. Hoewel er nog steeds sprake is van een verschil, is dit niet significant. Voor de overige uitkomsten blijven de verschillen ook significant, drie maanden na afloop van de cursus. Al met al lijkt de cursus een effectieve interventie. Vervolgonderzoek is gewenst waarbij idealiter ook de controlegroep een interventie ontvangt, zij het zonder de werkzame bestanddelen.